Heldentocht

De voorbije weken was Radio 1 via Stop 30 op zoek naar de meest frustrerende file in Vlaanderen. Op een ietwat ludieke manier een ernstig probleem aankaarten. Origineel. Een mens heeft al eens de gewoonte om zijn miserie te relativeren, weg te lachen en de situatie leefbaar en controleerbaar te maken. Het risico bestaat echter dat die humor een ironische en zelfs cynische onder- of boventoon krijgt. Cynisme was de troefkaart van mijn gedachten om enigszins en wat langer overeind te blijven in de file naar mijn crash.

Eén van de nummers die voor de campagne gebruikt worden is Highway to Hell van AC/DC. Onder duatleten is dat nummer gekend als de rockmuziek die uit de boxen galmt wanneer ze klaarstaan voor de poort van hun Hel van Kasterlee, terwijl de duivel belooft hen het vuur aan de schenen te leggen. Afhankelijk van je lichamelijke en mentale conditie is het zes tot tien uur afzien in wat de zwaarste winterduatlon ter wereld genoemd wordt. En genieten, zo vertellen mijn makkers die al deelgenomen hebben. Vooral na de aankomst dan. Tot de spierpijn opduikt. Ik vermoed dat het op de één of andere manier vergelijkbaar is met het gevoel dat je hebt wanneer je na een helletocht in de ochtend- of avondfile op je werk aankomt of thuis je benen onder tafel schuift. Respectievelijk “om punten te verdienen en vannacht niet alleen te zijn”, om Luc De Vos van Gorki te parafraseren.

“Soms vraagt een mens zich af. Hoe het in godsnaam overleven. De nacht vol boze dromen. En de wekker om halfzeven.” (Luc De Vos)

In de tijd dat hij zijn nummer schreef, volstond het nog om rond halfzeven uit je nest te komen en in je vierwieler te stappen. Ik herinner me mijn eerste job als onderzoeksassistent op de Hogeschool waar ik gestudeerd heb. We vertrokken zelfs na 7 uur en carpoolden – jawel – met drie en soms vier jongelingen naar de toen nog niet emissievrije stad. In een dieselwagen waarvan de brandstof volop gepromoot werd. Sinds begin 2014 loopt mijn rit naar kantoor over een 94 kilometer lang traject via de E34 vanuit de Kempen naar Antwerpen en dan de E19 naar Brussel. Het vertrekuur vervroegde een aantal keer. Terwijl ik in het begin aan mijn heldentocht begon terwijl De Ochtend al op de radio liep, pikte ik na verloop van tijd een steeds langer slot van De Nacht van Radio 1 mee, zonder de warme stemmen van presentatoren zoals enkel zij die hebben. Dat kantelmoment ligt op 6 uur. Het moment van aankomst is minder voorspelbaar dan de kuren van een overactieve tortelduif. De auto is altijd een beetje reizen. Als het echt misloopt, is de rit even lang als de tocht van mijn ouders met hun drie spruiten op de achterbank van de auto – waarvan ik het merk niet zal noemen maar het type Pony is te mooi om te laten liggen – richting zomervakantie in de Duitse Eifel.

Mijn fileleed bleek veel minder goed verteerbaar dan ik verwacht had. Net als de boze dromen tijdens wakkere nachten. De rit werd mijn persoonlijke vragenuurtje – uurtje is hier rekbaar relatief. Of beter, mijn knaaguurtje. Want terwijl de kilometerpaaltjes links soms tergend traag langs me heen schoven en rechts een muur van vrachtwagens gevormd werd met namen en slogans die de connotatie snel uitstralen, gleden mijn gedachten na steeds slapelozere nachten naar de valkuil van het cynisme. Zelfverwijt voor foute keuzes, om er maar één te noemen. Zelfverminking van de ziel. Op die manier deed de spreekwoordelijke druppel de emmer overlopen, want zelfs ondanks gedeeltelijk thuiswerk ging het van kwaad naar erger, zoals ik in mijn boek uitvoerig beschrijf. De voedingsbodem van mijn hel was groter en poreuzer dan dat lange stuk gewapend beton.

Kun je in dat geval als een oester een flink irriterende zandkorrel omzetten in een parel? Ik probeer dat in ieder geval. En slaag er sinds ik terug aan de slag ben best goed in. Ook al geeft het dashboard van mijn auto na 20.000 kilometer een gemiddelde snelheid van 57 per uur aan. Een e-bike waarmee ook de mindere goden van de duursport de Hel van Kasterlee zouden aandurven, moet daar niet veel meer voor onderdoen. Als tegengewicht voor de frustratielijstjes deel ik graag een paar tips uit mijn persoonlijke filestrategie.

Zodra ik op amper twee kilometer van thuis de snelweg opdraai, begin ik aan een ademhalingsoefening. De wisselende neusademhaling kalmeert en centreert de geest door de linker- en rechterhersenhelften (logica en emotie) met elkaar in balans te brengen. Dit is mijn basisversie van de uitgebreidere oefening:

∞ Adem een paar keer diep in en uit.
∞ Plaats dan op een inademing de duim van je rechterhand tegen de rechterkant van je neus.
∞ Sluit je rechterneusgat af met je duim en adem langzaam uit door je linkerneusgat.
∞ Adem dan in door hetzelfde linkerneusgat.
∞ Sluit het linkerneusgat af met je ringvinger en adem langzaam uit door het rechterneusgat.
∞ Adem langzaam in door het rechterneusgat.
∞ Sluit nu weer het rechterneusgat af met je duim. Open het linkerneusgat en adem uit.
∞ Adem zo lang in als uit en bepaal zelf hoeveel ademhalingen je nodig hebt.

Neem van me aan dat je alvast minder verkrampt in de auto zit en het gevoel krijgt dat je je lichaam van een flinke dosis gratis energie voorziet. En nee, het heeft mij nog geen enkele keer in een gevaarlijke verkeerssituatie gebracht. Want als je rustig bent, aanvaard je het tempo van het moment en ga je niet onverantwoord van links naar rechts slingeren om een kwartier later in dezelfde file stil te staan, zonder noemenswaardige tijdswinst.

fileontbijtEénmaal in die vaak onvermijdelijke file – loslaten wat je niet kunt veranderen – begin ik aan mijn ochtendvitaminen. Ik vertrek inderdaad zonder te eten, maar heb een van mijn kinderen geleende brooddoos op de zetel naast mij staan. Daarin zit het fruit dat ik de avond voordien geschild heb. Het argument dat je daar vroeger voor moet opstaan, mag je dus al schrappen als reden om het niet te doen. In plaats van het fruit schrokkend naar binnen te spelen, kun je het ook bewust eten. Hoor hoe je tanden zich in het vruchtvlees planten. Proef het zoete sap. Voel hoe je de vezels fijnmaalt en inslikt. Neem de omgeving rond de file in je op. Sta meer figuurlijk dan letterlijk stil. Los je daarmee de file op? Nee, maar je vermijdt wel dat ze jou mentaal oplost. Met de vrijgekomen ruimte in je hoofd laat je positieve gedachten en creativiteit binnen, bijvoorbeeld inspiratie voor een blogartikel J. Je hebt oog voor dingen als de schitterende volle maan die als een lichtbaken van rust boven de stad hangt en over ons waakt. Met het kleinere potje vol noten en gedroogde vruchten kom ik de rest van de ochtend op kantoor door.

“Je zit tegenwoordig vaster in het verkeer dan in de gevangenis.” (Johan Anthierens)

Van de auto als bewegende gevangenis gaat het bij veel werknemers richting kantoorgebouw in een grote stad, waar de hele dag taken uitgeoefend worden die net zo goed thuis kunnen gebeuren terwijl er geen overleg of vergaderingen gepland zijn. Veel werkplekken hebben helaas iets weg van een legbatterij, konijnenhok of duiventil. Ik overdrijf bewust en uiteraard zijn er krachtige voorbeelden van hoe het wel kan. Toch is het zo dat je voor heel veel banen echt niet elke dag van 9 tot 5 op kantoor hoeft te zijn. Daar is ondertussen toch iedereen van overtuigd? En nee, het hoeft de verbinding tussen medewerkers echt niet in de weg te staan. Een derde troef in mijn persoonlijk file-evenwicht is dus flexwerk, dat helaas nog veel te weinig of slechts uitzonderlijk en oogluikend aanvaard wordt door een gebrek aan vertrouwen en respect, hoewel het bedrijf dat misschien wel als waarde vooropstelt (Lees ROI=HR(eq) in die context).

Ten slotte is er muziek. ’s Ochtends luister ik gewoon naar de radio, ook al verschijnt er wel eens een glimlach op mijn gezicht wanneer ik door een koppige file voor de vierde keer hetzelfde nieuws hoor. Tijdens de avondrit naar huis wordt mijn auto regelmatig getransformeerd in een rijdende jukebox. Leve de tablet en de bluetooth-koppeling met de autoradio. Van opera en zeldzame akoestische pareltjes, over (zachte) pop en wereldmuziek tot metal – ik heb ofwel geen of net heel veel smaak. Van de blikken in auto’s naast mij wanneer ze zien dat ik meezing of ritmische bewegingen maak, trek ik me al lang niets meer aan. Ik ben tussen haakjes eerder lettervast dan toonvast.

Op dagen dat de lentezon doorbreekt en het besef rijpt dat de natuur zich klaarmaakt om zichzelf nieuw leven in te blazen, maakt dat de rit des te mooier. Omdat je aandacht hebt voor andere dingen dan de frustratie voor iets wat je nu éénmaal niet kunt veranderen. Bijvoorbeeld voor een stel duiven die vol hormonale voorjaarskriebels op een paar honderd meter voor je neus wegfladderen. Waarna een plots opduikend sneeuwtapijt van donzige pluimpjes erop wijst dat minstens één gevleugelde vrije(r) de oversteek niet gehaald heeft en door een vrachtwagen van de vluchtweg gemaaid werd. Luttele seconden later zie je de bebloede onfortuinlijkaard op het gewapend beton liggen. Op zijn Highway to Heaven. Een weg die de twee geciteerde auteurs ook al ingeslagen zijn. Over de relativiteit van onze zorgen.


Initiatieven als Stop 30 zijn lovenswaardig en zetten hopelijk effectief iets in beweging. In ons land waait er wel eens iets unieks of spectaculairs over zonder dat er uiteindelijk iets verandert. Ik heb me laten vertellen dat er in de jaren ’70 plannen lagen om de E34 in Ranst door te trekken naar de E19, om het verkeer vanuit de Kempen (E34/313) uit Antwerpen te houden. Maar dat die om politieke redenen weer opgeborgen werden. In één van onze publicaties uit 2008 zie ik dan weer een maquettefoto van de Lange Wapperbrug, “het koninginnenstuk om de nakende Antwerpse verkeersknoop te ontwarren en de ring te ontsluiten.” Het artikel was helaas visionair. “Tegen 2016 moeten de werken afgerond zijn maar het Rekenhof vreest dat de timing niet gehaald wordt, omwille van uitlopende onderhandelingsprocedures, aanslepende goedkeuring van samenwerkingsovereenkomsten en ontbreken van vergunningen.” De Kempenaars rijden in 2017 nog steeds hetzelfde traject, op een overigens nuttige spitsstrook na. Maar de start van de werken zou nu echt nabij zijn…

Het is wat het is. En wat was, is per grammaticale definitie voorbij. Dus laat ons vooruitkijken. En beginnen met elkaar niets te verwijten en te kijken wat we zelf kunnen veranderen. Autobestuurders die de vrachtwagensector kwalijk nemen dat ze met te veel onderweg zijn en dat op een binnenschip wel 50 containers passen. Vrachtwagenbestuurders die counteren dat er in de meeste auto’s maar één persoon zit en dat er te weinig aan carpooling gedaan wordt. Openbaar vervoer dat er nog altijd niet in slaagt om iedereen een valabel alternatief te geven. De oplossing zal zoals vaak ergens in het midden liggen zeker? Maar ik geloof wel dat in een oplossing van de verkeersproblematiek een kiem zit voor een geslaagdere aanpak van stress en burn-out.

Advertenties

4 gedachtes over “Heldentocht

  1. Knap artikel Tommy, inspirerend voor velen. Een jaar of vijf geleden schreef ik er een boek over. Inmiddels uitverkocht, maar ik heb nog wel een exemplaar: “ontstressen achter het stuur”. Toen was het nog niet zo acuut en veel besproken als nu… Mocht iedereen de mentale en fysieke oefening doen (ademen is ook fysiek/emotioneel) dan was al een percentage van de burn-outs voorkomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s