Groeischeuren

groeiweb
Foto: Annik Loodts

Kerstvakantie. Samen met onze twee tieners vertrek ik voor een fikse winterse wandeling van een slordige 6 kilometer richting mijn ouders, aan de andere kant van de kleine gemeente Retie. Als doorwinterde scouts zijn die kerels wel aan langere trektochten gewend. Buiten een flinke modieuze scheur in de wat uitgerafelde en verkleurde jeans van de jongste – ik lijk even terug in mijn jaren 80 en naar de toen modieuze stone washed jeans gekatapulteerd – zijn we goed ingeduffeld om de vriestemperaturen het hoofd te bieden. We bewonderen hoe prachtige natuurlijke vormen door bevroren watermoleculen gekristalliseerd en als het ware vastgelegd worden. ’s Avonds verwijst vrouwlief met kuiltjes als ze lacht er ook naar en vertelt ze hoe ze tijdens haar middagpauze snel een paar kiekjes geschoten heeft. Als je van heel dichtbij kijkt, lijkt het hier en daar wat gehavende web van de achtpotige insectenvanger op een aaneenschakeling van glanzende parels. Grootsheid en nietigheid liggen nergens zo dicht bij elkaar als in mijn dagelijkse verwondering voor de natuur en de biotoop waarin we gedijen.

We passeren langs de lokale supermarkt en laden onze rugzak vol stokbrood en beleg voor de lunch en een lekker flesje wijn om ’s avonds van te genieten. Voor een eenvoudig maar goed vakantiegevoel hoef je niet altijd duizenden kilometers ver te vliegen of massaal euro’s uit te geven. Dezelfde relativiteit geldt in mijn gedachten voor vrijheid. Er komt een vergelijking met dat spinnenwerkje in me op. We voelen ons onvrij in een onzichtbaar web waarin we onszelf halsstarrig spartelend steeds verder vastketenen en we verwijten de draden en spinnen om ons heen dat ze ons tegen onze wil gevangen houden. Soms moet je het eens heel koud gehad hebben om de contouren van de context die je (zogezegd) verlamt onder ogen te zien. Neem wat afstand, kijk nog eens goed. Trek als het nodig is schaatsen aan en glijd als een vrije vogel over het ingenieuze kruispunt van glasparels dat jij beleeft.

De eeuwenoude Lindeboom op de markt zwaait ons uit en de kerkklok slaat twaalf keer als we richting het gehucht van mijn jeugd stappen, langsheen de weg waarop ik zo lang geleden met een boekentas vol dromen in de andere richting voor de eerste keer alleen naar school fietste. Het was een smal en soms hobbelig fietspad met een dunne kasseirand, herinner ik me, met dikke eiken bomen tussen de weg en de weiden waarin koeien graasden of gewassen groeiden. De weg en het fietspad werden ondertussen heraangelegd, een gevaarlijke S-bocht wat rechtgetrokken en de bomen geveld. Onderweg gaan de gesprekken met mijn bengels over allerlei onderwerpen, van pokémons met verschillende (natuur)elementen – eerste keer dat ik daarvan hoorde – over waarom de zon soms groter lijkt dan anders tot een fysische redenering of ijs al dan niet hetzelfde is als water. Een jeugdvriendin zwaait ons vanuit haar kapsalon glimlachend toe. Vriendelijke aandacht is de snelste weg naar een gelukkigere samenleving, waarin je boekentas van de Universiteit van het Leven geen last is om onder gebukt te gaan maar een toolbox om met een rechte rug je dromen vorm te geven.

“Intelligentie is niet veel studeren. Het is weten hoe je in alle omstandigheden kunt groeien.” (Wayne Dyer)

Bovenstaand citaat hangt aan de schoolmuur van het college waar onze oudste momenteel zijn hoofd vol kennis laadt, waar ook ik een flink stukje jeans versleten heb en de vloertegels die er toen al lagen vast en zeker een flink boekje kunnen opendoen over dromen die daar al de revue gepasseerd zijn. Ik merkte de ingekaderde wijsheid op toen we recent net als vele andere ouders, geflankeerd door zenuwachtige leerlingen, op de gang aan het wachten waren om het trimesterrapport bij de klaslerares op te halen. Zou de één of andere bijdehante knul daar al ooit naar verwezen hebben wanneer resultaten anders uitdraaiden dan verwacht? Kun je trouwens leren leven of doe je dat gewoon? Waarbij het er, zoals je in sommige vechtsporten wel eens aangeleerd krijgt, niet altijd op aankomt hoe je valt maar hoe je weer opstaat?

Nog één keer voorzichtig oversteken en we stappen de smallere zijstraat in, de laatste rechte lijn naar het nest waarin ik opgroeide, zo net voorbij het zandpadje waar we vroeger kuilen groeven en bergjes maakten om onvervaard maar niet altijd even heelhuids met onze fietsjes overheen te vliegen, terwijl met wasknijpers langs wielspaken vastgemaakte speelkaarten het geluid van een brommer nabootsten. Waar we zittend op het onderstel van een ontmantelde kinderwagen, met een touw aan een fiets vastgemaakt, meermaals de bocht misten en van dichtbij met de grachtinhoud kennismaakten. In een aantal huizen wonen ondertussen mensen van een nieuwe generatie. Sommige volwassenen uit mijn jeugd zijn er ondertussen niet meer of verhuisden naar een kleiner appartement in het centrum, binnen onze driekwartring. De meeste straten evolueren in zo’n golfbeweging. Terwijl vroeger op die paar vierkante hectometers onder verschillende daken meestal zo goed als tegelijkertijd kinderen van mijn generatie geboren werden, is dat nu een afwisseling van afscheid nemen van een (oudere) buur en de verwelkoming van een nieuw (jong) leven.

Eénmaal aan de keukentafel kiezen mijn knullen toch eerst voor de hotdog met zuurkool van moeke. Ik ga voor de inhoud van onze rugzak en nestel me nadien met een lekkere tas verse koffie voor de houtkachel, die al voor warmte zorgde toen naar school gaan voor mij nog vooral spelen was in plaats van punten halen. Homo ludens, de spelende mens die (cultuur) schept, denk ik bij mezelf, zoals we jaren later op het college tijdens de filosofieles leerden. Nemen we onszelf met het ouder worden niet te serieus, waardoor het spook van de stress automatisch om de hoek loert?

“Er zit een kind verborgen in de echte man; en het verlangt te spelen.” (Nietzsche)

groeischeurMijn vader zit naast mij een ferme pot aardappelen te schillen voor de spinaziepuree van ’s avonds en vraagt mij met een wijze blik of ik al wist dat zo’n knol flink aan stress te lijden kan hebben. Hij toont me een gehavende zetmeelbom en vertelt dat de diepe groeven of zogenaamde groeischeuren veroorzaakt worden door te felle en plotse schommelingen in de omgeving en dat de ene aardappel er minder goed tegen bestand is dan de andere. Onregelmatige vochtvoorziening, lees ik op mijn smartphone na een foto gemaakt te hebben op de keukentafel die meer verhalen kan vertellen dan ik ooit bij elkaar geschreven krijg, waardoor bij droogte de groei stopt, de schil verkurkt en haar elasticiteit verliest. Een te hoge spanning leidt bij nieuwe (te snelle) groei tot barsten. En dan zit de aardappel in de puree.

We hebben met het oorspronkelijk uit Zuid-Amerika afkomstige knolgewas dat sinds de 16e eeuw bij ons een basisvoedingsmiddel geworden is meer gemeen dan dat we beide voor minstens 50% uit water bestaan. Een wistjedatje: bij de aardappel is dat ruim 80%, bij de mens 50 tot 75%, afhankelijk van leeftijd en geslacht. De elasticiteit van de schil heet bij ons mentale veerkracht. Ook wij vertonen met het ouder worden – lees groeien – de nodige barsten of rimpels en worden wel eens aan overmatige stress of plots wisselende omgevingsfactoren blootgesteld. De ene mens is er gevoeliger aan dan de andere en de groeven of littekens gaan van diep tot totaal onzichtbaar. Bekijk die de volgende keer eens op een andere manier. Beschouw ze als groeischeuren die je niet onoverkomelijk in de weg staan en denk eraan dat je jezelf in alle omstandigheden kunt ontwikkelen. Dat je niet alleen bent maar samen met andere knollen aan één plant hangt en elkaar kunt voeden. Een verzameling gezonde planten wordt een vruchtbaar veld. Net als mensen gezinnen, straten en dorpen vormen. Waarin we, zodra we elkaar van de schil ontdoen, stuk voor stuk een pakketje boordevol zetmeel zijn, waarmee we de collectieve vijver waarin veel mensen spartelend het hoofd boven water proberen te houden met onze meest natuurlijke eigenschap spontaan binden en voor een duurzame en voor iedereen bewandelbare voedingsbodem van maatschappelijk geluk zorgen. Het is gewoon de parabel van over water lopen, maar dan anders ingevuld.

Aardappelen vind je trouwens in de meest bizarre vormen. We hebben er thuis zowat een sport van gemaakt om stenen of andere voorwerpen in de vorm van een hartje mee te brengen, bijvoorbeeld als we gaan wandelen, op vakantie of alleen van huis zijn. Een tip als je dat ook wilt doen: zoek er niet (te hard) naar want ze hartpatatvinden jou wel. De aardappel hiernaast rolde uit de juten zak en werd op de valreep van een stel hongerige kindermagen gered. Wat mij opvalt, is dat de ouderdomsrimpels haar niet lelijker maken, integendeel. En ze bewijst dat ze ondanks de aftakeling toch nog voor scheuten zorgt. Voor leven. Groei.


Nog even dit in de kantlijn: met 166 dapperen liepen we op 23 december naar aanleiding van de Warmste Week en ter ere van overleden dorps- en leeftijdsgenoten van Boom naar onze Lindeboom, waar een massa mensen ons na een onvergetelijke tocht van ruim 6 uur rijen dik en applaudisserend toejuichten. Met waarderende schouderklopjes werden we in de armen gesloten. Menselijke warmte doet kou en spierpijn wegsmelten als sneeuw voor de zon. Een kleine gemeente kan groot zijn. Om dat gevoel vast te houden en verder te verspreiden zou ik steeds opnieuw te voet naar Retie gaan.

Een impressie van onze aankomst:

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s